
Of: hoe ik vrijwillig op zondag om 6.15 opstond. Voor liefde. Niet voor mezelf.
Zondag.
Mijn enige dag waarop mijn lichaam en geest normaal gesproken een stilzwijgende afspraak hebben: wij doen rustig aan.
Geen wekker.
Geen haast.
Geen verplichtingen.
Misschien een chocomelk. Misschien nog een tweede. Misschien gewoon de hele dag in pyjama, omdat ik volwassen ben en dat dus mag.
Maar nee.
Deze zondag ging de wekker om 6.15 uur.
ZES. VIJFTIEN.
In de ochtend.
Op een zondag.
Vrijwillig.
Nou ja… vrijwillig is misschien een groot woord.
Mijn eerste gedachte was niet eens een gedachte, meer een oerkreet:
“Uuuuggghhhhhhh…”
Mijn tweede gedachte:
Waarom?
Mijn derde:
Wie plant er überhaupt iets vóór 10 uur op zondag? Psychopaten?
“Hoe laat gaan we weg?” vroeg ik nog half slapend.
“Met de trein van 7.15.”
Sorry…
WAT?
7.15 betekent dus opstaan alsof ik een internationale vlucht moet halen of de marathon van New York ga lopen.
“Waarom zo vroeg?”
“Dan is het nog niet druk en dan heb je wat aan je dag.”
Ik heb persoonlijk ook heel veel aan slaap, maar blijkbaar telde mijn mening niet mee in deze gezinsvergadering.
Na wat onderhandelen — lees: professioneel zeuren — werd het 7.45.
Dus mocht ik “uitslapen” tot 6.15.
Wat een luxe.
Wat doe je dan op zo’n onchristelijk tijdstip?
Voor de verjaardag van mijn jongste gingen we naar Circuit Zandvoort voor Super Car Madness.
Met de trein.
Want hij was nog nooit met de trein geweest en wilde dat heel graag een keer meemaken.
Ik stelde nog een uitstekend alternatief voor:
“Kunnen we niet gewoon hier in onze eigen stad een stukje met de trein en daarna lekker met de auto?”
Lijkt mij efficiënt. Comfortabel. Logisch.
Maar nee.
Het was zijn dag.
Dus daar ging ik:
half wakker, licht chagrijnig en met een diepgeworteld treintrauma.
Want mijn ervaring met treinen is altijd één van deze twee:
- vertraging
of - hutjemutje staan als sardientjes in blik
Spoiler:
we kregen uiteindelijk allebei.
Een historisch toiletmoment
Bij aankomst was het al lekker druk, maar nog overzichtelijk.
Eerst even naar de wc.
En daar maakte ik iets mee wat ik in al mijn jaren op aarde nog nooit heb meegemaakt:
de rij bij de mannen was langer dan bij de vrouwen.
Ik stond echt even stil.
Knipperde twee keer met mijn ogen.
Keek nog eens.
Nee hoor.
Het was echt zo.
Ik wist niet wat ik zag.
Een historisch moment.
Bijna jammer dat ik er geen foto van heb gemaakt, want niemand gelooft dit.
Ferrari’s, Lamborghini’s en hartverzakkingen
Ondertussen druppelden de auto’s binnen.
Ferrari’s.
Lamborghini’s.
Porsches.
Nog meer Ferrari’s.
Nog meer lawaai.
En die uitlaatknallen…
Mijn hemel.
Als je daar naast staat schrik je je werkelijk het apezuur.
Meerdere keren sprong mijn complete ziel even uit mijn lichaam.
Niet charmant.
Meer iets tussen schrikken, vloeken en een lichte hartstilstand in.
Vier miljoen euro op vier wielen
Er stond daar ook een auto van 4 miljoen euro.
Vier.
Miljoen.
Dan durf je toch niet eens in te stappen?
Straks laat je een kruimel vallen op de stoel en is dat ineens een schadepost van €18.000.
Of je rijdt een paaltje aan en hebt spontaan een deuk van twee ton.
Nee hoor.
In geen vier miljoen jaar dat ik daarin zou rijden.
En toen verscheen er ineens een beroemdheid (blijkbaar)
Er was ook een bekende YouTuber: Monster Tube.
Schijnbaar ontzettend beroemd.
Ik had er persoonlijk nog nooit van gehoord.
Geen belletje.
Geen herkenning.
Niks.
Maar daar stond hij dus met merchandise, een auto, een motor, een scooter én een enorme rij jeugd die allemaal met hem op de foto wilden.
En natuurlijk…
die van mij ook.
Dus daar stond ik ineens tussen juichende kinderen en enthousiaste pubers alsof we auditie deden voor een tienerfestival.
Foto? Check.
Kind gelukkig? Check.
Moeder nog steeds volledig in verwarring over wie deze man precies is? Check.
Daarna nog even langs de merchandise.
“Kies maar iets uit,” zei ik — in een moment van financiële verstandsverbijstering.
En uiteraard koos hij direct het duurste item uit.
Kinderen hebben daar een zesde zintuig voor.
Mijn persoonlijke hel: de terugreis
Na uren slenteren waren mijn rug en voeten officieel overleden.
Het station was ook nog “een klein stukje lopen”, wat in werkelijkheid voelde als een halve marathon.
Hijgend en puffend kwamen we aan.
En toen kwam de trein.
Nou ja…
“trein”…
Meer een Madurodam-treintje waar ongeveer heel Nederland in gepropt moest worden.
Dus daar stonden we:
hutjemutje, oksel tegen schouder, wildvreemden volledig in mijn persoonlijke aura…
…en toen liet iemand ook nog een scheet.
Niet zomaar een scheet.
Een scheet met karakter.
Een scheet met body.
Een scheet die bleef hangen alsof hij óók een kaartje had gekocht.
Hallo vriend.
Wij zitten hier allemaal al tegen onze zin in elkaars oksel te leven.
Hou je sluitspier even professioneel gesloten.
Dank je.
Toen bij het volgende station de deuren open gingen, voelde frisse lucht als een spirituele ervaring.
Maar weet je…
Ik heb niks met auto’s.
Mijn rug was kapot.
Mijn voeten waren op.
Mijn sociale batterij was leeg.
En mijn treintrauma is springlevend.
Maar…
ik had een superblij kind.
En daar word ik dan weer blij van.
Dus ja…
Het was het waard.
(Denk ik.)
PS: Volgende verjaardag stel ik gewoon bowlen voor. Met de auto. Gewoon veilig. Gewoon dichtbij. Gewoon zonder scheten van vreemden.
Adios, adio storyofmylife bij de super car madness als momandwife
Plaats een reactie