Spaans leren voor op vakantie: alsof ik ineens een talenwonder ben (spoiler: niet dus)

Ik heb weer een nieuw talent ontdekt… nou ja, talent… laten we het een nieuwe hobby noemen die waarschijnlijk eindigt naast mijn andere 498 goede ideeën.

Er zijn twee soorten mensen.

Mensen die rustig één hobby hebben en daar heel goed in zijn…

En mensen zoals ik.

Mensen die op maandag besluiten: ik ga Spaans leren,

op dinsdag Duolingo downloaden,

op woensdag een streak hebben van 2 dagen en zich praktisch vloeiend voelen,

en op donderdag alweer denken: misschien ook Italiaans?

Want ja.

Wij gaan dit jaar weer naar Spanje op vakantie.

Dus dan moet je natuurlijk… de taal spreken.

Logisch.

Want stel je voor: je staat daar. In Spanje.

En iemand zegt iets tegen je in het Spaans.

En jij zegt… hola.

En daarna houdt het op.

Nee. Dat kan niet.

Ik wil gesprekken voeren. Diepgaande gesprekken. Over… tapas. En wijn. En waar het toilet is.

Dus ik ben begonnen met Duolingo.

Want dat voelt serieus. Educatief. Alsof ik mezelf ontwikkel.

Zinnen die niemand ooit gebruikt (behalve Duolingo)

En in het begin denk je:

Oh dit gaat goed! Dit is makkelijk! Ik kan dit!

Totdat je zinnen krijgt zoals:

Kat leest krant
Kat leest krant

“De kat leest de krant.” “Mijn opa eet een appel op de trein.” “Help, ik heb haast. Wanneer komt de trein?”

PARDON?

Wie.

Wie zegt dit op vakantie?

Ik heb nog nooit in Spanje gedacht:

Ojee, waar blijft de trein, ik heb haast. Of mijn opa eet een appel op de trein? Laat staan dat mijn kat de krant leest.

Dat denkt toch niemand ? Nee.

Ik denk daar:

Waar is de sangria en hoe lang kan ik hier blijven zitten zonder dat iemand doorheeft dat ik al drie uur niks besteld heb?

Maar goed.

Waarom “sí” altijd het juiste antwoord is

Ik ga door. Want discipline. Groei. Persoonlijke ontwikkeling. (Dit zeg ik vooral tegen mezelf.)

En ik zie mezelf al helemaal zitten in Spanje:

Ik bestel zelfverzekerd een drankje.

Ik knik vriendelijk naar de ober.

Ik gooi er een Spaanse zin uit…

En dan kijkt hij me aan.

Antwoordt hij in vloeiend Spaans.

En dan zeg ik:

Si
Si

“…sí.”

Altijd veilig.

Altijd goed.

Geen idee wat ik heb gezegd of waar ik ja op heb gezegd, maar we zien het wel.

Voor hetzelfde geld heb ik net drie kippen besteld of een timeshare gekocht.

Maar hé.

Ik doe mijn best.

En uiteindelijk gaat het daar toch om.

Niet dat ik vloeiend Spaans spreek.

Maar dat ik met volle overtuiging “gracias” zeg alsof ik al jaren in Spanje woon.

En eerlijk…

De belangrijkste woorden ken ik al:

Sangria.

Tapas.

Hola.

Gracias.

Meer heb je eigenlijk niet nodig voor een geslaagde vakantie.

Dus ja… ik ben Spaans aan het leren.

Of nou ja… ik probeer Spaans te leren.

Maar als je me straks ziet in Spanje:

Gewoon knikken. Glimlachen.

En hopen dat het goedkomt.

Komt goed.

Altijd.

Adios, adio storyofmylife die nog geen vloeiend Spaans spreekt als momandwife

PS:

Mocht iemand mij straks in Spanje horen zeggen “mijn kat leest de krant”,

doe alsof het normaal is.

Ik zit dan waarschijnlijk in les 4 van Duolingo en ben mezelf aan het bewijzen dat ik dit echt kan.

Koekoek

Reacties

Één reactie op “Spaans leren voor op vakantie: alsof ik ineens een talenwonder ben (spoiler: niet dus)”

  1. ¡Vaya, vas por muy buen camino para volver a aprender español! Si sigues así, podrás leer el periódico en el tren junto a los gatos mientras coméis una manzana.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Why are you reporting this comment?

Report type